Acupunctuur

Dat acupunctuur een Chinese geneeswijze is, waarbij o.a. met naalden wordt gewerkt, is inmiddels algemeen bekend. Acupunctuur is in het verre Oosten al eeuwenlang de belangrijkste geneeswijze als onderdeel van de traditionele Chinese geneeswijze (TCG.). De reden hiervoor is dat de oosterse denktraditie en de acupunctuur in elkaars verlengde liggen. In het Westen,wint de gedachte dat het lichaam,de geest en de omgeving van de mens niet los te zien zijn van elkaar ook steeds meer terrein. We spreken dan ook, als het gaat om acupunctuur, niet meer over een alternatieve (=andere) maar over een additionele (=toegevoegde) geneeswijze. Westers en Oosters denken vullen elkaar hierbij aan.

Acupunctuur is een behandeling waarbij zeer dunne, steriele, metalen naalden worden ingebracht op acupunctuurpunten die zich op de meridianen bevinden. Het inbrengen van de naalden is vrijwel pijnloos; de prikjes van de zeer dunne naalden (0.22 tot 0.30 mm) zijn meestal nauwelijks voelbaar. Na het inbrengen van de naald wordt bij manipulatie van de naald een soort ‘elektrisch’ schokje ervaren; dit fenomeen wordt ‘Deqi’ genoemd ofwel ‘het verkrijgen van Qi’ en is een indicatie dat de naald op de juiste plek zit. De therapeut gebruikt verschillende naaldmanipulatietechnieken om de Qi-stroom weer in balans te krijgen en het lichaam de kans te geven zichzelf te herstellen.

Acupunctuur is slechts één onderdeel van de Traditionele Chinese Geneeskunst.